Methodiek

Hoe we meten wat je team écht kan.

Elf elementen. Zes crisisvaardigheden en vijf domeinen. Altijd op organisatie- of teamniveau, nooit een individuele score naast een naam.

6
Crisisvaardigheden

Team-vaardigheden die je alleen ontwikkelt onder échte druk. Kalm blijven, overzicht houden, adaptief schakelen, prioriteren, veerkracht en anticiperen.

5
Organisatiedomeinen

Terreinen waarop je organisatie meetbaar reageert. Elk domein heeft zes concrete subcriteria die tijdens de sessie worden geobserveerd.

01. Zes crisisvaardigheden

Wat we trainen onder druk.

Deze zes vaardigheden zijn wat het verschil maakt tussen een team dat op papier voorbereid is en een team dat het écht doet. Ze worden alleen aangesproken wanneer de druk hoog is, de informatie onvolledig, en de situatie sneller verandert dan je plan.

01

Kalm blijven onder druk

Hoe goed blijft het team gefocust en rustig bij stressvolle momenten? Wie neemt in de zaal de temperatuur op?

02

Overzicht behouden over de situatie

Houdt het team het grotere plaatje in de gaten, of raken ze verdwaald in details terwijl de crisis zich verbreedt?

03

Beslissen op onvolledige informatie

Schakelt het team snel en effectief bij nieuwe ontwikkelingen? Kunnen ze een besluit nemen zonder alle feiten te hebben en dat besluit later aanpassen?

04

Effectief prioriteren onder tijdsdruk

Worden de juiste dingen eerst opgepakt als de tijd dringt? Wat leggen ze bewust neer om ruimte te maken voor de kernbeslissing?

05

Veerkracht tonen bij tegenslagen

Herstelt het team snel na een fout of tegenslag, of raken ze ontmoedigd? Wie helpt de groep weer op de been?

06

Vooruitdenken en anticiperen

Denkt het team proactief na over wat er nog kan komen, of blijven ze uitsluitend reageren op wat er nu voor ze ligt?

02. Vijf organisatiedomeinen

Waar we observeren.

Voor elk domein observeren we of concrete gedragingen wél of niet plaatsvinden tijdens de sessie. Zes subcriteria per domein. Zo ontstaat een genuanceerd beeld op organisatieniveau, niet een cijfer per persoon.

01. Teamwork

Samenwerking, rolverdeling en leiderschap.

Wie neemt de leiding, wie voert uit, wie zorgt dat iedereen wordt gehoord.

  • Duidelijke rolverdeling afgesproken
  • Iedereen wordt betrokken bij beslissingen
  • Duidelijke leider aangewezen
  • Taken effectief verdeeld
  • Teamleden luisteren actief naar elkaar
  • Conflicten constructief opgelost
02. Incidentdetectie

Signalen, prioritering, alertheid.

Herkent het team de eerste tekenen, en schat het de ernst goed in.

  • Signalen snel herkend en benoemd
  • Dashboards actief gemonitord
  • Ernst van incidenten correct ingeschat
  • Patronen en verbanden gezien
  • Proactief zoeken naar indicatoren
  • Correcte classificatie van incident
03. Communicatie

Intern, extern, stakeholders en pers.

Wat wordt wanneer aan wie gezegd, en klopt de toon.

  • Interne communicatie helder en tijdig
  • Externe communicatie professioneel
  • Stakeholders geïnformeerd
  • Communicatieplan opgesteld of gevolgd
  • Verslaglegging bijgehouden
  • Communicatielijnen duidelijk belegd
04. Besluitvorming

Snelheid, kwaliteit en escalatie.

Wordt er beslist, wordt het onderbouwd, en wordt het vastgelegd.

  • Besluiten tijdig genomen
  • Besluiten goed onderbouwd
  • Risico's afgewogen
  • Escalatie tijdig en correct
  • Duidelijk besluitvormingsproces
  • Besluiten vastgelegd en gecommuniceerd
05. Kennisniveau

Cyber, procedures en wetgeving.

Wat weet het team van de materie waarin ze moeten beslissen.

  • Basiskennis cybersecurity aanwezig
  • Kennis incident response procedures
  • Begrip AVG en NIS2
  • Technische kennis ransomware en malware
  • Kennis meldplicht datalekken
  • Begrip backup- en recoveryprocessen
03. Hoe je dit terugziet

Je krijgt geen persoonlijke scores. Niet nu, niet later, niet naast een naam. Wat je wél krijgt: "communicatie kan beter, teamwork sterk, besluitvorming aarzelend bij escalatie". Bruikbaar in bestuursverslag en audit.

Elk observatiepunt wordt beoordeeld als positief of negatief door de sessiebegeleiding. Uit die combinatie ontstaat een score per domein en per vaardigheid, altijd op team- of organisatieniveau.

Het eindrapport binnen 5 werkdagen bevat: de scores per domein en per vaardigheid, de sterkste momenten met concrete voorbeelden, de aarzeling-momenten met analyse, en aanbevelingen voor vervolg.

Voor NIS2 (artikel 21 lid 2 sub c en g — crisismanagement en cyberbeveiligingsopleiding) en DORA (artikel 24 — testprogramma voor het ICT-risicokader) levert dit rapport concreet bewijs van bestuurlijke zorgvuldigheid: een gestructureerde toetsing van je crisisrespons met een geëxpliciteerd model, uitgevoerd door een gecertificeerde partij.

Zien hoe dit valt in jouw organisatie?

Vrijblijvend intake-gesprek van 30 minuten. We bespreken hoe deze methodiek zich verhoudt tot jullie huidige crisisbeleid. Reactie binnen 3 werkdagen.

Plan een intake